Tips bij anders leren

Om ANDERS LERENDEN te helpen bij het opnemen, verwerken en reproduceren van lesstof, kunnen ouders en leerkrachten wel wat tips gebruiken. 

Het is vooral belangrijk om te weten dat informatie op meerdere manieren naar het Lange Termijn (LT) geheugen kan worden gebracht.

Je herhaalt het heel vaak (200 keer), je voegt een emotie toe of je maakt de lesstof speciaal. Vaak herhalen is vaak saai en een emotie toevoegen is heel erg vermoeiend en op de lange duur niet uitvoerbaar. Lesstof speciaal maken, maakt leren makkelijker en leuker en kan op heel veel manieren, zoals:

  • Maak het 3D (kleien of bouw een maquette);
  • Laat het beleven (kleien, musea);
  • Koppel leren aan bewegen (balgooien, traplopen, hinkelen of rondjes om de tafel tijdens het leren);
  • of visualiseer de lesstof (tafelkalender, conceptmap, eigen landkaart tekenen, ik-leer-anders).
  • Stimuleer samenwerking van de r/l hersenhelft (tweehandige oefeningen, kruispassen, touwtjespringen, Bal-a-Vis-X);

 klok-kwartieren0001

 Kijk voor ideeën hierover ook eens op https://www.facebook.com/HetLuisterrijk?ref=hl

Uitdagingen voor ANDERS LERENDEN en tips voor begeleiders:

Hieronder staan de meest bekende uitdagingen voor ANDERS LERENDEN genoemd. Daarbij is aangegeven hoe ze daarmee thuis en in de klas kunnen worden geholpen. 

Denken vanuit een totaalbeeld: Een beelddenker kan een totaalbeeld moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. Hij is wel in staat om vanuit het geheel terug te redeneren (top-down). Laat ze vooraf een samenvatting lezen of geef ze de leerdoelen van een les vooraf.

Snel afgeleid, de wereld beleven: Talige denkers kunnen volgtijdelijk redeneren en daardoor makkelijker afstand nemen van vervelende situaties. Een beelddenker kan dit niet goed. Ze reageren daardoor vaak heftig en emotioneel op hun omgeving. In de klas zitten ze vaak met hun gezicht naar de muur om afleiding te voorkomen. Aan de buitenkant van de klas zitten, met hun rug naar de muur en met het gezicht naar het bord, is vaak de beste plek.

Driedimensionaal denken: Een beelddenker kan objecten in zijn hoofd laten draaien. Jonge beelddenkers zie je daardoor vaak letters en cijfers spiegelen. De b wordt een d of een q. Je kunt het alfabet visueel inprenten, werken met een letterzak of het alfabet kleien

“Ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden”: In de klas leren de meeste leerlingen (auditief informatiesysteem) vrij makkelijk woorden spellen en lezen. Het kleine groepje beelddenkers ziet eerst een beeld (of bewegende film) bij wat er gezegd wordt, het juiste woord moet worden gezocht en er moet bedacht worden hoe dat woord wordt geschreven. Geef deze kinderen meer tijd bij het dictee.

Informatie opslaan; geen woorden maar plaatjes: Beelddenkers kunnen heel goed informatie onthouden, als die in beelden wordt aangeboden. Alle ongrijpbare informatie(letters, cijfers, tijd) kun je visueel maken of het ze laten ervaren (kleien, voelen).

Geen tijdsbesef: planning en organisatie: Geen tijdsbesef, werk niet af altijd te laat, de verkeerde boeken in je tas, sporttas vergeten…… het maakt ze onzeker. De oplossing is simpel; Visualiseer de tijd!! Met een kleurenklok, planbord agenda, takenkaart, etc

Impulsief gedrag, directe behoefte willen vervullen: Beelddenkers blijven meer bij het primair leerproces. Gevolg hiervan is dat ze vaak direct hun behoefte willen vervullen. Autoriteit maakt niet veel indruk, het gevoel van binnen overheerst. Het kind krijgt onterecht het stempel niet in staat om te luisteren. Geduld kan worden aangeleerd door de wachttijd visueel te maken of te vragen om zich voor te stellen of twee dingen tegelijk kunnen gebeuren.

 

.